Pensioen in eigen beheer: laatste stand van zaken

Frank van der Noll

Het pensioen in eigen beheer (PEB) is jarenlang populair geweest bij directeuren-grootaandeelhouders (DGA’s), omdat fiscaal gespaard kon worden voor pensioen en de middelen in de onderneming bleven. Het had echter ook een keerzijde, het risico bestaat immers dat op pensioendatum niet genoeg middelen voor uitkering beschikbaar zijn. Daarnaast is met name de laatste jaren sprake van een zogenoemde dividendklem. Deze wordt veroorzaakt doordat de marktrente de laatste jaren significant lager is dan de fiscale rente (4%), waardoor de commerciële pensioenvoorziening (veel) hoger is dan de fiscale pensioenvoorziening. Bij een eventuele dividenduitkering dient rekening gehouden te worden met deze commerciële waarde van de pensioenvoorziening. Ter verduidelijking het volgende voorbeeld.

De fiscale pensioenvoorziening bedraagt € 100.000 en de vrij uitkeerbare reserves bedragen € 200.000, terwijl de commerciële pensioenvoorziening € 300.000 bedraagt. De DGA keert een dividend uit van € 150.000 ten laste van de vrij uitkeerbare reserves. De belastinginspecteur kan in dit geval redeneren dat hiermee af wordt gezien van het pensioen. Immers, de commerciële vrij uitkeerbare reserves vóór dividenduitkering bedragen € nihil (€ 200.000 – € 200.000 (verschil in waardering pensioenvoorziening)), waardoor er geen middelen meer beschikbaar zijn voor het pensioen. Het gevolg is dat belasting dient te worden afgedragen over de commerciële waarde van het pensioen (stel progressief tarief van 52%) plus 20% revisierente, waardoor een aanslag van € 216.000 (72% van € 300.000) wordt opgelegd.

In de voorgestelde Wet uitfasering pensioen in eigen beheer worden DGA’s de volgende mogelijkheden geboden:
Niets doen, oftewel handhaving PEB. Verdere opbouw is echter niet toegestaan, de dividendclaim blijft bestaan en jaarlijks dient een actuariële berekening gemaakt te worden; of
Uitfaseren PEB. Dit gaat via twee stappen, de eerste betreft het zonder belastingheffing afstempelen van de commerciële waarde van de pensioenafspraken naar de fiscale waarde. Bij de tweede stap zijn er twee opties:
Spaarvariant Oudedagsverplichting;
Afkoop van de PEB.

Bij de spaarvariant (optie a) vindt geen verdere pensioenopbouw plaats. Het reeds opgebouwde spaarbedrag, welke gelijk is aan de fiscale waarde van de pensioenvoorziening, dient jaarlijks opgerent te worden met de marktrente en in ten minste 20 jaar gelijkmatig te worden afgebouwd vanaf AOW gerechtigde leeftijd. Bij de afkoop van de PEB (optie b) wordt de mogelijkheid geboden om met korting de fiscale waarde van de pensioenverplichting af te kopen. Hierbij gelden de volgende kortingspercentages:
2017:    34,5%;
2018:    25%
2019:    19,5%

Vanaf 2020 vervalt de korting. De korting is uitsluitend van toepassing op de pensioenaanspraken per 31 december 2015, voor het opgerente deel in 2016 geldt derhalve geen korting. Verder is over de afkoop in deze jaren geen revisierente van 20% verschuldigd. Gedeeltelijke afkoop is niet mogelijk en de verschuldigde belasting (loonheffing) dient in één keer te worden betaald. Het omzetten en afkopen van de PEB geldt overigens ook voor reeds ingegane pensioen van de DGA.

Ter verduidelijking het volgende voorbeeld:

De commerciële pensioenverplichting per 31 december 2015 bedraagt € 300.000, de fiscale waarde hiervan € 100.000 en de oprenting in 2016 bedraagt € 10.000. Indien wordt gekozen voor de afkoop van de PEB in 2017, is de grondslag voor de belastingheffing als volgt:
65,5% van de fiscale waarde per 31 december 2015 = € 65.500 + de aangroei van 2016 (=€ 10.000) = € 75.500. Uitgaande van het toptarief van 52% bedraagt de af te dragen belasting (via inhouding loonbelasting) € 39.260. Het nettobedrag van € 70.740 (€ 110.000 – € 39.260) wordt uitgekeerd naar privé en is vrij te besteden.

Aandachtspunten

Het kan aantrekkelijk zijn om de PEB in 2017 af te kopen, er wordt immers een aanzienlijke korting geboden. Het vergt wel voorbereiding, de volgende zaken kunnen hierbij van belang zijn:
Financiële planning: het pensioen is afgekocht om omgezet, hoe wordt dit gat na pensionering opgevuld?
Het besluit tot afkoop of omzetting van de PEB dient te worden vastgelegd in notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders;
Er dient een afkoopwaardeberekening te worden gemaakt naar de stand van 31 december 2015 en 2016.
De afkoop of omzetting van de PEB dient door middel van een standaardformulier bij de belastingdienst geregistreerd te worden. De (ex-) partner die medegerechtigd is tot het pensioen dient akkoord te gaan met de afkoop of omzetting van de PEB. Hierbij is het van belang dat hij of zij de gevolgen hiervan begrijpt.
Er dient voldoende liquiditeit te zijn om de verschuldigde belasting in één keer af te dragen.

Afsluiting

In geval u een pensioen in eigen beheer heeft, verdient het aanbeveling om nader naar uw pensioensituatie te kijken met inachtneming van de bovenstaande aandachtspunten. Neem voor verdere vragen of opmerkingen contact op met uw adviseur.

Links

Wet uitfasering pensioen in eigen beheer

Start typing and press Enter to search